Documenten

Op gezette tijden worden er door Progressief 96 een notite geschreven. De bedoeling kan zijn om bestaand beleid nader in te vullen, om tot een beleidswijziging te komen of om een discussie te starten over een nieuw beleid.

 

Van de laatste jaren dateren de volgende notities:

Aanzet mondiaal beleid (april 2008)

Verbetering armoedebeleid (oktober 2005)

Startnotitie jongerendebat (januari 2005)

Nota basisvoorzieningen (maart 2003)

 

 

Aanzet mondiaal beleid (april 2008)

Haaren, wereldgemeente

 

Een aanzet tot een Haarens gemeentelijk mondiaal beleid

Haaren, deel van ‘global village’


Wanneer de wereld een dorp is, dan is Haaren een integraal stuk van die wereld. Dat geldt ook voor de vier dorpen die samen de gemeente Haaren vormen. Op allerlei manieren dringen gebeurtenissen elders in de wereld door in het dagelijkse leven van Haarense inwoners. Op sociaal, economisch, demografisch, cultureel, sportief, educatief, politiek of milieugebied hebben we direct of indirect te maken met invloeden van ver buiten Haaren, vaak uit andere continenten. De volgende voorbeelden vormen een tastbaar bewijs:

 

 

Deze lijst, die is aan te vullen met talrijke andere voorbeelden, is het overtuigende bewijs van de stelling ‘Think global, act local’. Het is de hoogste tijd dat de gemeente Haaren haar wat passieve houding ten aanzien van een duurzaam mondiaal beleid omzet in een meer actieve grondhouding.

 

Uitgangspunten voor een gemeentelijk mondiaal beleid


Hierbij zouden de volgende uitgangspunten als vertrekpunt kunnen dienen:

  1. Het Haarense mondiaal beleid richt zich op ondersteuning van activiteiten van personen of groepen die hun basis vinden in de gemeente Haaren en op een projectmatige manier werken aan verbetering van de situatie in ontwikkelingslanden.
  2. Het Haarense mondiaal beleid richt zich op een integrale aanpak van de ontwikkelings- en milieuproblemen in een herkenbare regio of plaats en onderhoudt daarmee een duurzame relatie.
  3. Het Haarense mondiale beleid stimuleert o.a. persoonlijke internationale contacten.
  4. Het Haarense beleid richt zich op (ondersteuning van) mondiale bewustwording. Hierbij is naast aandacht voor de vraag ‘wat wij voor anderen kunnen doen’, ook van belang dat we ons ervan bewust zijn dat ‘wij ook van de ander kunnen leren’!
  5. Het Haarense beleid ondersteunt initiatieven die aandacht hebben voor positieve geluiden uit de ontwikkelingslanden, zoals via muziek en kunst.

 

Suggesties voor een nadere invulling van mondiaal beleid in de gemeente Haaren

De gemeente Haaren heeft niet de illusie dat ze een eigen buitenlands beleid kan voeren. Uiteraard is dat de primaire verantwoordelijkheid van de regering. Maar dat betekent niet dat de gemeente Haaren geen grensoverschrijdend beleid kan voeren. In wezen doet ze dat al via deelname aan het Europese Charter. De wereld (en zeker de leefwereld van veel Haarense inwoners) is echter groter dan de Europese Unie.

 

De gedachte dat ‘elke hulp uit Haaren toch maar een druppel op de gloeiende plaat is’ of, nog erger, ‘dat het een illusie is om te denken dat wij de wereld kunnen verbeteren’, leidt tot passiviteit. Wie in de politiek actief is, heeft als belangrijkste drijfveer dat zijn liberale, christen-democratische, progressieve of lokaal geïnspireerde gedachtegoed leidt tot beslissingen die de leefomstandigheden verbeteren. Waarom zou dat op bescheiden wijze niet grensoverschrijdend kunnen?

 

Om een beeld te schetsen van de manier waarop een gemeentelijk mondiaal beleid vorm zou kunnen krijgen, doen we enkele suggesties:

 

  1. Stel een budget van bijvoorbeeld €1 per inwoner beschikbaar voor mondiaal beleid. Organiseer een avond waarop Haarense inwoners of groepen een pleidooi houden voor hún derde wereld (of buitenlands) project. Door een passende (kleurrijke, digitale, muzikale, culinaire, etc.) presentatie kunnen ze aantonen hoe belangrijk die activiteit is. Aan het einde van de avond doet een raadscommissie een voorstel aan de gemeenteraad over de verdeling van het budget. De raad neemt hierover een beslissing.
  2. Stel een breed samengestelde stuurgroep samen uit de vier dorpen waarin de vier Haarense politieke partijen en de geloofsgemeenschappen zitting hebben. Zij kan ook contacten leggen met het NCDO, Wilde Ganzen, de VNG, Oxfam Novib, Amnesty International, en andere organisaties.
  3. Organiseer (bijvoorbeeld via een op te richten stuurgroep ‘Haaren wereldwijd’) een jaarlijks overleg (onder het motto Wereld Dag) met alle personen of groepen die actief zijn op het gebied van duurzaam mondiaal beleid en stel samen een agenda op van activiteiten gedurende een kalenderjaar. Een mooi thema zou kunnen zijn: de rol van de lokale overheid, zowel hier als in het land waar de hulp op gericht is.
  4. Stel aan de vijf basisscholen van films/ DVD’s beschikbaar over mondiale onderwerpen. Een kort verslag van enkele leerlingen aan de gemeenteraad zou hiervan een onderdeel kunnen zijn. Een bijkomend voordeel: basisschoolleerlingen leren over het bestaan van een gemeenteraad.
    Voorbeelden van films die hiervoor in aanmerking kunnen komen: ‘An inconvenient
    truth’ van Al Gore, The Kiterunner, e.d.
  5. Zoek een plek in Haaren voor een ‘geboortebos’. Jaarlijks worden hier, bijvoorbeeld rond bomendag, voor elk kind dat in Haaren geboren is, een boom geplant. Het geboortebos staat symbool voor de wens dat elk Haarens kind in een groene veilige omgeving moet kunnen opgroeien. (Idee van Gemeente Tilburg)
  6. Zorg dat de gemeentelijke organisatie mondiaal bewuster wordt: dat zou kunnen d.m.v. bijvoorbeeld kerstpakketten uit de wereldwinkel, het gebruik van Max Havelaarkoffie, agenda’s van derde wereldorganisaties, personeel uren te verlenen wanneer ze zich inzetten voor internationale of mondiale projecten en daar binnen de organisatie ook verslag van doen (bijv. via een expositie of een presentatie). (uit: Nota Duurzame ontwikkeling Boxtel 2007).
  7. Ontwikkel een vaste relatie met een dorp in een minder ontwikkeld deel van de EU. Wellicht een van de deelnemers aan het Europese Charter?
  8. Moedig sportverenigingen aan om internationale toernooien te organiseren.
  9. Moedig organisaties als het Helvoirt Weekend aan om, samen met het Festival Mundial in Tilburg, aandacht te schenken aan muziek, dans en kunst uit de derde wereld.
  10. Ga een langdurige jumelage aan met een dorp of project en beidt hulp vanuit verschillende invalshoeken. Bijvoorbeeld: de voetbalclub verzorgt een clinic, organiseer een chat-meeting voor jongeren, ondernemers verkopen producten uit dat gebied, restaurants zetten een gerecht uit dat land op de menukaart.
  11. Financier de reiskosten van een of meerdere mensen (sleutelfiguren) uit het dorp waarmee we een jumelage hebben, zodat zij ook eens hier kunnen komen kijken.
  12. Zoek, wanneer het gaat om actieve hulp, samenwerking met initiatieven in buurgemeenten zoals Boxtel (het Roemeense Salonta) of Schijndel (Saniob).
  13. Stimuleer de Haarense basisscholen om samen te werken met hulporganisaties uit Haaren!
  14. enzovoort …………..

 

Ter informatie

Deze notitie is voor commentaar voorgelegd aan diverse personen en groepen die in de gemeente Haaren actief zijn op het gebied van mondiaal beleid. De reacties van de volgende personen zijn verwerkt in deze notitie: Ria Schraverus ( stichting Weeshuizen Belarus), Corry van Tilburg (stichting Mirjam in Malawi), Marleen Peters (Missie Ontwikkeling en Vrede MOV), Gea Naaykens en Cor Brekelmans (raadslid CDA en actief bij Vluchtelingenwerk). Wij zijn ze erkentelijk voor hun kritisch opbouwende bijdragen.

 

Voorstel

Concluderend stellen we de raad van de gemeente Haaren voor om:

  1. de uitgangspunten voor een gemeentelijk mondiaal beleid te onderschrijven, zoals die staan weergegeven op pagina 2 (punt 1 tot en met 5)?
  2. het college van B&W te verzoeken om vóór 1 september 2008 concrete voorstellen voor een gemeentelijk mondiaal beleid aan de raad voor te leggen.
  3. in de begroting voor 2009 een budget van €1 per inwoner op te nemen voor gemeentelijk mondiaal beleid.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Raadsvoorstel

Vergadering: 22 mei 2008

Onderwerp: aanzet tot mondiaal beleid in gemeente Haaren

Geachte leden van de raad,

In onze mooie gemeente zijn veel inwoners en organisaties actief op het gebied van (duurzaam) mondiaal beleid. Zij verdienen niet alleen de waardering en warme belangstelling, maar ook structurele ondersteuning van de gemeente Haaren.
In ons dagelijks leven hebben we op allerlei manieren te maken met zaken die een grensoverschrijdend karakter hebben. Gebeurtenissen ver van ons gemeentehuis, hebben direct en indirect gevolgen voor de Haarense samenleving. Hieronder leest u een aantal voorbeelden. De conclusie is duidelijk: ook onze dorpswereld maakt deel uit van de ‘global village’. Dat vraagt om een actieve opstelling van de gemeente Haaren.
De fractie van Progressief96 doet met deze notitie een voorstel om, samen met de andere fracties in de gemeenteraad en met het college van B&W, te komen tot een mondiaal beleid in de gemeente Haaren: think global, and act local.
We hopen dat u volmondig ‘ja’ zult zeggen tegen het aan het slot van deze notitie geformuleerde voorstel.

 

Tiny Assink
Milco Jansen
Annelies Leermakers

Verbetering armoedebeleid (oktober 2005)

VOORSTELLEN VERBETERING ARMOEDEBELEID

Aanleiding

Voorstellen
P96 doet een aantal voorstellen ter verbetering van het Haarense armoedebeleid, die overigens niet alleen zijn gericht op de groep ouderen, maar op alle huishoudens met een minimuminkomen.Wellicht zijn onze voorstellen voor andere fracties aanleiding om ook zelf suggesties in te brengen. In tijden waarin de bestedingen van mensen met een klein inkomen onder grote druk staan, is elke suggestie die leidt tot vermindering van ‘stille’ of ‘verstopte’ armoede in onze gemeente meer dan welkom.

Wat wil P96 bereiken?
In het sociaal jaarverslag 2004 blijkt o.a. dat de uitvoeringskosten van het Haarense armoedebeleid hoog zijn. Er bestaat nog veel niet-gebruik van de mogelijkheden tot kwijtschelding en tot individuele bijzondere bijstand. P96 wil daarom:

A. Voorstellen ter verbetering van de uitvoering

 

o Automatische kwijtschelding


Huidige gang van zaken: Eerst wordt een aanslag opgelegd. Vervolgens kunnen mensen kwijtschelding aanvragen. Pas als een aanvraag voor kwijtschelding is toegekend, wordt die terugbetaald of vervalt de opgelegde aanslag. Deze gang van zaken:

Door automatische kwijtschelding wordt de uitvoering klantvriendelijker en efficiënter!

Om tot automatische kwijtschelding te kunnen overgaan is het belangrijk dat de doelgroepen met naam en gegevens bekend zijn. Voor mensen van 65 jaar en ouder bestaat nu al de mogelijkheid om bij de belastingdienst te laten vaststellen welke Haarense 65+-ers alleen AOW ontvangen. Dit bestand omvat nog niet alle huishoudens met een klein inkomen en is dus niet helemaal dekkend. Momenteel wordt op rijksniveau gewerkt aan een regeling die wèl dekkend is. Zodra die er is, zou ook de gemeente Haaren daar gebruik van moeten maken.

 

Commentaar afdeling Sociale Zaken
Ik heb met de Belastingdienst gebeld. Er schijnt een mogelijkheid te zijn om via hen een lijst te krijgen van inwoners (dus niet alleen 65+ers) met een laag inkomen. Zo’n lijst moet schriftelijk worden aangevraagd en wordt beoordeeld door de leidinggevende bij de Belastingdienst. Echter het kan indruisen tegen de bepalingen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Het is dus niet zeker dat we de lijst ook krijgen.
Tweede knelpunt kan zijn dat deze mensen weliswaar over een laag inkomen beschikken maar dan moet het nog afgezet worden tegen de leefsituatie. Voor een alleenstaande ligt het minimumniveau lager dan voor een echtpaar. Ook wanneer er nog meer inwonenden zijn op hetzelfde adres kan dat gevolgen hebben voor het recht op kwijtschelding. In dergelijke situaties kun je dus niet zeggen dat er een op een recht bestaat op kwijtschelding. En de Belastingdienst kan dit niet schiften.
Derde knelpunt is dat inkomen niks zegt over vermogen. Zeker in onze gemeente waar veel mensen een eigen woning bezitten ligt het vermogen vaak boven de grens voor kwijtschelding. En dergelijke gegevens zal de belastingdienst niet kunnen aanleveren.
Of je dus met de lijst die je krijgt van de Belastingdienst zo goed uit de voeten kunt is voor mij nog maar de vraag. Zoals al eerder is aangegeven is de VNG met de Belastingdienst bezig te onderzoeken of er een koppeling tot stand kan komen die beter voldoet dan de huidige mogelijkheden

 

Voorstel 1
Mensen van 65 jaar en ouder waarvan zeker is dat ze in aanmerking komen voor
kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen, krijgen automatisch
kwijtschelding. Zodra via de belastingdienst ook andere bestanden kunnen worden
aangeleverd, worden ook die betrokken bij het beleid rond automatische
kwijtschelding.

 

Door koppeling van de regeling voor kwijtschelding en bijzondere bijstand binnen de gemeente Haaren kun je een bestand opbouwen van mensen waarvan bekend is dat zij in aanmerking komen voor kwijtschelding. Hoewel de voorwaarden voor beide regelingen afwijken, met name wat betreft de vermogenstoets, is zo’n koppeling mogelijk. Op dit moment wordt de kwijtschelding geregeld via de afdeling financiën en de bijzondere bijstand via de afdeling sociale zaken. In het kader van de WVG is vaak al een inkomenstoets uitgevoerd. Onder één dak moet het mogelijk zijn om bestanden aan elkaar te koppelen zodat kan worden vastgesteld wie voor automatische kwijtschelding in aanmerking komt. Dit levert tijdwinst en efficiencyvoordelen op.

Commentaar afdeling Sociale Zaken
Het is inderdaad mogelijk om de lijst van bijstandsgerechtigden aan te leveren aan de afdeling Financiën. Indien er voor gekozen wordt om kwijtschelding te geven aan alle personen die een WWB-uitkering ontvangen is dit geen probleem. Indien dit niet het geval is en het vermogen nader bezien moet worden, moet voor de uitvoering hiervan rekening worden gehouden met extra uitvoeringskosten voor de afdeling Sociale Zaken. Het vermogen voor de kwijtschelding ligt immers lager dan dat voor de bijstandswet geldt.
T.a.v. beide punten geldt dat ik uiteraard alleen opmerkingen kan maken vanuit Sociale Zaken en niet vanuit de afdeling Financiën.
Voordat tot uitvoering kan worden overgegaan van uitwisseling van gegevens moet dit worden aangemeld bij het Register Persoonsregistraties (Wet Bescherming Persoonsgegevens)

 

Voorstel 2
Breng een koppeling aan tussen de regelingen/ bestanden voor bijzondere bijstand en voor kwijtschelding. Verstrek automatisch kwijtschelding aan mensen waarvan bekend is dat ze voldoen aan de Haarense criteria voor kwijtschelding.

o Vereenvoudiging van de aanvraagprocedures


Het aanvragen van kwijtschelding of bijzondere bijstand is voor veel mensen lastig en tijdrovend. Vaak weten mensen niet dat ze voor inkomensondersteuning in aanmerking komen.
Voorbeeld: hoewel schoolkosten ( zoals kosten voor excursies en schoolreizen) voor bijzondere bijstand in aanmerking komen, blijken er in 2004 en in 2005 geen aanvragen te zijn ingediend of toegekend. Wanneer in augustus of september (dus aan het begin van het schooljaar) een gerichte mailing had plaatsgevonden aan de groep ouders met schoolgaande of studerende kinderen, zou de respons beslist groter zijn geweest. Algemene publicaties in De Meierij hebben blijkbaar onvoldoende bereik.

 

Commentaar afdeling Sociale Zaken

Voorstel 3
Schrijf mensen die tot een bepaalde doelgroep behoren direct aan, voeg hier een antwoordformulier en een antwoordenvelop bij, zodat mensen niet zelf een aanvraagformulier hoeven op te vragen.

 

o Hulp verlenen bij indienen van een aanvraag


Binnen Haaren heeft de gemeente samen met de ouderenorganisaties het project ‘Onbenutte rechten’ opgezet. Dat project zou uitgebouwd kunnen worden naar andere doelgroepen. Dit beleidsvoornemen is overigens al vastgelegd in de kadernota ‘Herijking minimabeleid’ uit juni 2004. Het werven van vrijwilligers zou vanuit de politieke partijen kunnen worden opgepakt.
Schrijf mensen die tot een bepaalde doelgroep direct aan en biedt de mogelijkheid aan om op aanvraag van de betrokkene op huisbezoek te komen, waarbij vrijwilligers helpen bij het invullen van aanvraagformulieren
De risicogroep ‘kleine zelfstandigen met een klein inkomen’ verdient gerichte aandacht.

 

Commentaar afdeling Sociale Zaken
Deze taak nemen wij op ons waar het noodzakelijk is. Wel wordt van mensen een minimale inspanning verwacht, zoals invullen persoonsgegevens (al ontbreekt dat zelfs nog vaak) Wegens de drukke werkzaamheden op de afdeling is het gebruikelijk om die ondersteuning tot een minimum te beperken. Indien van toepassing wordt doorverwezen naar de seniorenadviseur of Vluchtelingenwerk voor hulp bij het invullen van formulieren. In het verleden kon dit ook bij Algemeen Maatschappelijk Werk, maar deze instantie heeft hier ook geen tijd meer voor. Het is een erg tijdrovende zaak om deze taak op ons te nemen. Een enkele aanvraag kost vaak meer dan een uur extra tijd voor het helpen bij het invullen. (beslist niet royaal geschat!) Dit komt vooral doordat mensen zelf hun aanvraag niet goed hebben voorbereid, de juiste bewijsstukken niet bij zich hebben, zodat weer een vervolgafspraak moet worden gemaakt, geen orde hebben in hun eigen administratie etc. Ik zie wel in dat dit de drempel tot het doen van een aanvraag verlaagt, maar het betekent wel een flinke stijging van de uitvoeringskosten! Dit is een keuze die dan gemaakt moet worden, mede gezien in het licht van het feit dat de raad de uitvoeringskosten al hoog vindt.

 

Voorstel 4
Doe mensen die tot bepaalde doelgroepen behoren het aanbod om hen, wanneer ze dat zelf kenbaar maken, behulpzaam te zijn met het indienen van een aanvraag voor inkomensondersteuning.

B. Voorstellen die leiden tot een ruimhartiger armoedebeleid

Raadsbreed is bij de herijking van het minimabeleid de wens uitgesproken dat de
uitvoering ruimhartig zou moeten zijn en moet bijdragen tot een optimale maatschappelijke
participatie van mensen met een klein inkomen. De toentertijd geformuleerde
uitgangspunten zijn echter te beperkend. P96 doet enkele voorstellen tot verruiming.

o Hef de beperking op tot de deelname aan slecht één sportclub/zwemabonnement per persoon per jaar


Op dit moment komen huishoudens in aanmerking voor terugbetaling van de contributie van maximaal één sportclub/zwemabonnement. Dat is een rem op maatschappelijke participatie van met name kinderen. Denk aan kinderen die naar zwemles zouden moeten gaan, maar al lid zijn van de voetbalclub. Beide kunnen voor de ontwikkeling van een kind van groot belang zijn. Binnen het maximale bedrag van € 150 per persoon is het acceptabel als het maximum van één club of zwemabonnement vervalt.
Overigens bestaat er een wezenlijk verschil tussen een zwemabonnement (waarmee iemand een aantal keren toegang heeft tot een zwembad) en de kosten van zwemles. Dit onderscheid dient te vervallen.

 

Commentaar afdeling Sociale Zaken
Er is geen formeel bezwaar tegen om de begrenzingen los te laten (waarbij het maximum van € 150,- per persoon per jaar in stand blijft) De gedachte die hier destijds achterzat, was dat het voor mensen met een laag inkomen gebruikelijk is om spaarzaam te zijn in extra uitgaven, óók dus voor sport- en welzijnsactiviteiten. De begrenzing in geld biedt hiervoor ook een redelijke oplossing. Daarbij blijft de keuze voor mensen vrij. Ik heb er geen onoverkomelijke problemen mee. We willen dit zelfs uitbreiden met abonnement op internet (zeker voor alleenstaande ouders met kinderen in middelbare schoolleeftijd) en reiskosten naar culturele evenementen

 

Voorstel 5
De contributie van een sportclub en/of de kosten van een zwemabonnement, dan wel zwemles, worden vergoed tot een maximum van €150 per persoon.

o Hef de beperking op aan het aantal van drie culturele activiteiten waarvoor vergoeding kan worden gevraagd.


Een schoolreisje, muziekles, theaterbezoek van scholieren in het kader van culturele en kunstzinnige vorming, bibliotheekabonnement, bezoek aan een popconcert of de taptoe van ’s-Hertogenbosch, een rondvaart over de Binnendieze, waar ligt de grens. Wat P96 betreft ligt die niet bij een maximum van drie activiteiten, maar bij het maximum van € 150 per persoon per jaar.

 

Commentaar afdeling Sociale Zaken
Zie boven.

 

Voorstel 6
Deelname aan culturele activiteiten wordt vergoed tot een maximum van € 150 per persoon per jaar.

o Verruiming van vergoeding van een abonnement op een dagblad of telefoon of internetprovider


Binnen de huidige uitgangspunten komen alleen 65+ ers en personen met een WVG vervoersvoorziening in aanmerking voor vergoeding. Zij moeten de keuze maken tussen een krant en de telefoon. Toegang tot het internet is tegenwoordig wellicht nog belangrijker dan een krant. P96 vindt dat de vergoeding mogelijk moet zijn voor alle inwoners met een inkomen met een inkomen tot 110% van het wettelijke minimumloon.

 

Commentaar afdeling sociale zaken
Wij hebben hiermee geen moeite en willen dit zelfs uitbreiden met een abonnement voor internet. De begrenzing van € 150,- p.p p.j. blijft echter o.i. intact. Het betreft één regeling met een maximum van € 150,-.

Voor toepassing van bijzondere bijstand geldt nu een draagkrachtregeling zoals die is vastgelegd in het werkboek Tilburg. Deze draagkrachtregeling gaat iets minder ver dan de door u genoemde 110 %. De gemeente Boxtel hanteert ook 110 % als grens voor toepassing van bijzondere bijstand. In het kader van de samenwerking en de vereenvoudiging voor de uitvoering (onze draagkrachtregeling is iets ingewikkelder) willen wij straks komen met het voorstel om eveneens over te gaan tot een draagkrachtberekening waarbij alle draagkracht boven 110 % van de toepasselijke bijstandsnorm uitgangspunt is.

 

Voorstel 7
Inwoners met een inkomen tot 110% van het wettelijke minimumloon komen in aanmerking voor vergoeding van een dagblad- of telefoon- of internetabonnement tot een maximum van € 150 per huishouden.

o Schrappen korting op uitkering van de ouders bij inkomsten van studerende kinderen.

Op dit moment wordt rekening gehouden met de inkomsten van (studerende) kinderen boven de bijstandsnorm. De uitkering van de ouders wordt daardoor met 10% gekort. Dit is circa € 115 per maand. P96 vindt het onbillijk dat de ouders van (studerende) kinderen die, gedwongen door het lage gezinsinkomen gaan werken om zelf (een deel van) hun studie, sportkleding, fiets of computer te kunnen betalen, hiervoor worden gestraft door een korting van 10% op de uitkering.

 

Commentaar afdeling sociale zaken
Artikel 25 WWB: het college verhoogt de norm met een toeslag voor zover de belanghebbende hogere algemene noodzakelijke kosten van bestaan heeft dan waarin de enorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
De gemeente heeft de plicht om de bijstand op dat niveau vast te stellen. Dit moet in een verordening. Uitspraken van de Centrale Raad van Beroep leren dat het niet in overeenstemming is met art 33 ABW als in de verordening geen regels zijn opgenomen met betrekking tot de toeslag als de woonkosten gedeeltelijk kunnen worden gedeeld.
In het geval dat inwonende kinderen ouder dan 18 jaar zelfstandig inkomsten hebben, die boven een bepaalde grens uitkomen (toepasselijke bijstandsnorm; dit is in de verordening vastgelegd) zijn zij financieel in staat om(gedeeltelijk) de kosten van het bestaan te delen met hun ouders In het Burgerlijk wetboek is geregeld dat kinderen onderhoudsplichtig zijn ten opzichte van hun ouders. Dit versterkt de keuze om de toeslag lager vast te stellen in het geval er sprake is van inwonende verdienende kinderen is. De WSF waar studerende kinderen een beroep op kunnen doen wordt in de ogen van de bijstand geacht een voorziening te zijn die voldoende is om in d e kosten van levensonderhoud en de studie te kunnen voorzien. Een noodzaak voor de student om bij te verdienen is derhalve niet aanwezig. De door de student bijverdiende middelen kunnen daarom worden aangewend om een financiële bijdrage te leveren in de kosten die de ouders hebben en die ook hem ten goede komen.

 

Voorstel 8
Wanneer studerende kinderen zelf inkomen hebben, wordt de uitkering van de ouders niet met 10% verlaagd.

o Regeling aanschaf computer voor studerende kinderen

Een computer is voor de hedendaagse middelbare scholier en student aan het mbo, hbo of universiteit een onmisbaar hulpmiddel bij de studie. Het hoort tot de basisuitrusting van een hedendaagse student. Daarom vindt P96 dat de gemeente Haaren zou moeten beschikken over een regeling waarin ouders met een klein inkomen financieel of materieel worden ondersteund bij de aanschaf van een computer voor hun studerende kinderen.

 

Commentaar afdeling sociale zaken
Bij vernieuwing van de computers van de gemeente willen we de pc’s beschikbaar stellen aan de doelgroep alleenstaande ouders met kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Financiële ondersteuning kan op grond van de wet alleen op basis van leenbijstand. Een pc betreft immers een duurzaam gebruiksgoed, vergelijkbaar met een wasmachine of televisie. Hiervoor is een lening bij de Kredietbank -of als dit niet mogelijk blijkt bij de gemeente- een voorliggende voorziening. De streefdatum 1 januari voor het beschikbaar stellen van een pc is niet haalbaar.

 

Voorstel 9
Het college van B&W legt voor 1 januari een regeling voor aan de gemeenteraad waarin uitgangspunten worden geformuleerd voor financiële of materiële ondersteuning bij de aanschaf van een computer voor studerende kinderen.

 

o Verhoging van het maximumbedrag per persoon

o.a. Door de gemeentelijke bezuinigingen op subsidies zijn verenigingen gedwongen tot verhoging van de contributie. Subsidies op zwemmen zijn al lang afgeschaft. Toegangsprijzen van culturele activiteiten zijn de laatste jaren flink gestegen. Daarom stelt P96 het maximumbedrag per persoon per jaar te verhogen van € 150 naar € 175.

 

Voorstel 10
Het tot nu toe gehanteerde maximum per persoon per jaar voor individuele bijzondere bijstand te verhogen naar € 175.

 

David Schilleman
Martin Keijsers

Startnotitie jongerendebat (januari 2005)

Startnotitie over jongerendebat in de gemeente Haaren.

Is de Gemeente Haaren jongerenproof?

Aanleiding

 

Bij de behandeling van de Kadernota gezondheidsbeleid Haaren in de gemeenteraad van 18 november 2004 heeft de fractie van Progressief96 geconstateerd dat er in de nota veel aandachtspunten worden genoemd rond de groep jongeren. Denk aan:

 

Bij de totstandkoming van de kadernota zijn veel instanties betrokken die actief zijn voor jongeren. Vanuit een begrijpelijke betrokkenheid en zorg zijn veel opmerkingen gemaakt die sterk de indruk geven dat Haaren te kampen heeft met een (groot?) jongerenprobleem. Maar is dat wel zo? Bij de voorbereidingen waren nauwelijks jongeren betrokken. Er is veel gepraat over jongeren, maar niet MET jongeren. Er is niet geluisterd naar wat zíj willen. Progressief96 vindt dat een gemiste kans.

Er zijn nog twee redenen voor deze startnotitie

 

In februari 2001 heeft Progressief96 onder de titel “Hangplekken en andere alternatieven’ een notitie aangeboden aan de gemeenteraad. Hierin stond een inventarisatie van wensen en knelpunten bij jongeren in de gemeente Haaren. Hoewel de notitie in 2001 positief werd ontvangen, kwam er helaas geen concreet jongerenbeleid tot stand. Déze startnotitie is hiervoor een tweede poging.

 

Door de invoering van het dualisme in maart 2002 richt de gemeenteraad zich meer op haar kaderstellende, controlerende, maar vooral haar volksvertegenwoordigende taak. De grote groep jongeren wordt door de politiek echter nauwelijks bereikt. Omgekeerd lijken jongeren weinig belangstelling te hebben voor politiek. Deels komt dat wellicht door de leeftijdsopbouw en de samenstelling van de Haarense gemeenteraad. Die bestaat hoofdzakelijk uit mannelijke vijftig plussers.
Veel jongeren kunnen zowel actief als passief gebruik maken van het stemrecht. Ze mogen dus zelf naar de stembus, maar ze kunnen ook gekozen worden in o.a. de gemeenteraad. Hoe komt het dat dit niet of weinig gebeurt?
Het wordt de hoogste tijd dat de ‘ouderen’ in de gemeenteraad in gesprek gaan met de jongeren, luisteren naar wat ze te zeggen hebben. Deze startnotitie biedt daarvoor een aanzet.

 

Over welke jongeren hebben we het?

 

Het hanteren van leeftijdsgrenzen bij het begrip jongeren is lastig. Je bent immers zo jong als je je voelt. In deze notitie bedoelen we met jongeren de groep van 15 tot 25 jaar. De oudere middelbare schooljeugd en de jong volwassenen.

Op 1 januari 2004 omvatte deze groep in Haaren 1450 inwoners. Dit is 10,4 % van de totale bevolking. (CBS, mei 2004)
Een bevolkingsprognose van de provincie Noord-Brabant uit 2002 geeft aan dat de groep zich in Haaren als volgt ontwikkelt:
1-1-2005: 1536 inwoners (10,7 % van de bevolking);
1-1-2015: 1780 inwoners (12,2% van de bevolking);
1-1-2025: 1664 inwoners (11,3 % van de bevolking).

Qua samenstelling is de groep uiteraard zeer divers: variërend van middelbare scholier tot student, van werkende jongere tot werkzoekende, van autochtoon tot allochtoon, van Eschenaar tot Biezenmortelaar, sportief zeer actief tot sportief zeer passief, enz. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Haaren heeft die jeugd. Durven we als raad samen met hen naar de toekomst te kijken?

 

Waar willen wij (de raad) of zij (de jongeren) het over hebben?

 

Progressief96 heeft het liefst dat jongeren de gespreksonderwerpen zelf aandragen. Dat is de beste garantie dat we met elkaar praten over onderwerpen die ook jongeren interessant vinden. Luisteren naar wat jongeren te zeggen hebben is belangrijker dan tegen jongeren zeggen wat wij (de gemeenteraad) van hen vinden of over hen denken.

 

De kernvraag waar we (zowel de raad als de jongeren) samen een antwoord op moeten formuleren is: is de gemeente Haaren jongerenproof? Anders gezegd: houden we in het beleid van de gemeente Haaren voldoende rekening met de jongeren? Weer anders gezegd: is er behoefte aan jongerenbeleid?

 

Toch wil P96 niet alleen maar afwachten. We noemen een aantal onderwerpen waarover de gemeenteraad het met onze jongeren zou kunnen hebben:

 

 

Hoe en wanneer willen we met Haarense jongeren in gesprek raken?


P96 stelt voor een jeugddebat te organiseren waarin jongeren ruimschoots de kans krijgen om tegen de leden van de gemeenteraad, de burgemeester én de wethouders te zeggen wat er volgens hen in Haaren veranderd moet worden.
Alle jongeren in de leeftijd van 15 tot en met 24 jaar worden hiervoor persoonlijk uitgenodigd. Zij kunnen zich aanmelden voor het jeugddebat en kunnen ook onderwerpen noemen waarover zij het willen hebben.
Een werkgroep uit de gemeenteraad bereidt de bijeenkomst samen met de griffier voor. Jongeren worden ingedeeld in themagroepen waarin ook een aantal raadsleden zitting hebben. De indeling zal niet plaatsvinden op basis van het dorp waar een jongere woont.
De bijeenkomst vindt plaats in het gemeentehuis. Bij voorkeur in de eerste helft van 2005, zodat de uitkomsten van het jeugddebat kunnen worden meegenomen bij de begroting van 2006.

 

Bronnen:

 

Nota basisvoorzieningen (maart 2003)

BASISVOORZIENINGEN IN HAAREN                     

Aanleiding

In het coalitieprogramma van VVD en S’95 uit april 2002 staat: ‘We rekenen het tot onze taak om per dorp basisvoorzieningen voor onderwijs, sport, cultuur en welzijn mede in stand te houden. Met de raad zullen afspraken gemaakt worden, welke voorziening als basisvoorzieningen per dorp dan wel als centrale voorziening in de gemeente beschouwd dient te worden”.

Het is belangrijk dat die discussie in de raad gevoerd wordt. Zeker wanneer we in ogenschouw nemen op welke manier dit college de heroverweging van € 227.000 voor 2004 wil invullen. Op 10 april legt B&W, in tegenstelling tot het eerder aangekondigde plan van aanpak, een “Startnotitie heroverwegingen voorzieningen welzijn” voor aan de raad. Helaas beperkt die notitie zich tot de heroverwegingen en doet geen expliciete uitspraken over de vraag welke voorzieningen door B&W als basisvoorziening worden beschouwd. Men nodigt de raad uit om ‘kennis te nemen van deze aanzet, deze verder aan te scherpen of uit te breiden en invulling te geven aan het begrip basisvoorziening’. Van deze gelegenheid maakt P96 graag gebruik. Hierbij nemen we het collegeprogramma als uitgangspunt. Bij de begrotingsbehandeling is door P96 al aangegeven, dat we het in een aantal opzichten fundamenteel oneens zijn met de opvattingen die het college heeft neergelegd in het collegeprogramma.

Met deze notitie wil P96 bijdragen aan de discussie over de vraag welke voorzieningen als basis-, dan wel als centrale voorziening worden aangemerkt. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de hoogte van de gemeentelijke bijdrage of, anders geformuleerd, het beleid ten aanzien van de heroverwegingen.

 

Algemene uitgangspunten

 

P96 wil, zoals de titel van het verkiezingsprogramma uit januari 2002 uitdrukt, “Bouwen aan Haaren’. De vier dorpen vormen een prettige woon en leefomgeving die we willen beschermen en op een aantal punten willen versterken. Een samenleving is altijd in beweging, ook de Haarense. Daarom wil P96 bouwen aan een vitale gemeente waarin mensen graag wonen en recreëren.

Hierbij hanteert P96 de volgende uitgangspunten:

Collegeprogramma 2002-2006 (‘Met het oog op de toekomst’)

 

Het collegeprogramma is in september 2002 door B&W aan raad en commissies aangeboden. Hierin staan haar opvattingen over basis- en centrale voorzieningen omschreven. Per onderwerp doet P96 een voorstel aan de raad en spreekt zich uit ten aanzien van de vraag welke voorzieningen als basisvoorziening aangemerkt worden.

Onderwijs en jeugdvoorzieningen

Voorstel P96

P96 is het in grote lijnen eens met de opvatting van het college. In twee opzichten stellen we de raad een aanscherping voor:

 

Muziekonderwijs

Door subsidiëring van de regionale muziekschool.

 

Voorstel P96

De mogelijheid voor deelname aan de activiteiten van het Centrum voor de Kunsten is een basisvoorziening.

De mogelijkheid voor deelname aan muzische activiteiten voor kinderen willen we handhaven in Haaren en Helvoirt. Bij de discussie over het multifunctionele karakter van de gemeenschapshuizen of brede school dient de verbetering van de accommodatie voor muzische activiteiten betrokken te worden.

De gemeentelijke bijdrage van de gemeente Haaren aan het Centrum voor de Kunsten is (te) hoog. We hebben de stellige indruk dat veel ouders bereid en in staat zijn een hogere eigen bijdrage te betalen. Als vangnet dient de regeling voor bijzondere bijstand voor sport en welzijnsactiviteiten.

 

Sportaccommodaties

De vraag naar bepaalde voorzieningen moet het aanbod bepalen. De behoefte aan sportaccommodaties is geen stabiel gegeven. Het is daarom niet mogelijk aan te geven wat op dit gebied als basisvoorziening beschouwd moet worden. Het huidige voorzieningenniveau acht het college een goede afspiegeling van de behoefte.

De verhouding tussen de gemeentelijke bijdrage en die van de gebruikers voor het in stand houden van de voorzieningen varieert sterk per sport en is in veel gevallen onevenwichtig. Het college wil hierop in 2004 € 10.000 en daarna € 20.000 structureel bezuinigen.

 

Voorstel P96

Investeren in sport is een goede bijdrage aan de leefbaarheid van de dorpen en aan versterking van de sociale omgang.

P96 wil de bestaande sportaccommodaties in de dorpen handhaven. Op voorhand een structurele bezuiniging inboeken van € 10.000 tot € 20.000 per jaar is voorbarig. P96 wil:

Gemeenschapshuizen

Eén sociaal-culturele accommodatie (dorps- of gemeenschapshuis) per dorp is voldoende. De bezettingsgraad moet zo hoog mogelijk zijn en dus moeten zoveel mogelijk instellingen er gebruik van maken. Indien noodzakelijk wil het college investeren in aanpassingen om de accommodaties geschikt te maken. In dit kader wil B&W mogelijkheden onderzoeken gericht op het op termijn afstoten van de Oude Dr. Landmanschool.

B&W wil de exploitatiesubsidie aan de gemeenschapshuizen de komende 3 jaren afbouwen, oplopend van € 20.000 in 2004 naar € 80.000 in 2006.

 

Voorstel P96

Een gemeenschapshuis is een basisvoorziening voor elk dorp. We zijn het er mee eens dat zoveel mogelijk instellingen hiervan gebruik moeten maken en pleiten dus voor een multifunctioneel gebruik.

Voor de groeiende groep ouderen zal er in elk dorp binnen de bestaande accommodatie een passende ontmoetingsruimte moeten zijn. Ditzelfde geldt voor een vaste ontmoetingsplek voor jongeren.

De gedachte om de Oude Dr. Landmanschool in dit kader op termijn te willen afstoten, wijst P96 van de hand. Dit voornemen staat niet alleen haaks op eerdere (recente) besluiten van de gemeenteraad, maar er bestaat onvoldoende duidelijkheid over ruimtelijk, financieel en organisatorisch haalbare alternatieven voor de huidige gebruikers. Wanneer die op zeer korte termijn niet beschikbaar komen, stelt P96 voor om de bestaande situatie in en rond de Oude Dr. Landmanschool te handhaven.

P96 is het oneens met het voorstel van B&W om de exploitatiesubsidie in 3 jaar helemaal af te bouwen. Gemeenschapshuizen vormen een basisvoorziening en mogen de gemeenschap (via de ozb) geld kosten.  De huidige exploitatiebijdrage is acceptabel. Om het gebruik te intensiveren bepleiten we nogmaals een meer multifunctionele opzet. De kosten zullen hier voor de baat uitgaan. Een structurele bezuiniging is hoogstens op langere termijn haalbaar.

 

Bibliotheek

Een vaste locatie zoals nu in Haaren zal in 4 jaar worden afgebouwd. Ze past volgens B&W niet in de doelgroepenbenadering om een bibliotheekvoorziening te koppelen aan de brede school en nieuwe woon-zorg-clusters. De structurele besparingen lopen op van € 30.000 in 2004 naar € 108.000 in 2007.

 

Voorstel P96

We steunen het beleid van B&W, inclusief het streven om een beperkte bibliotheekvoorziening te koppelen aan de brede school en woonzorgclusters.

Subsidies

De besparing van € 25.000 wordt evenredig over alle subsidieverleners verdeeld. Door een kortingspercentage op alle subsidies worden geen inhoudelijke afwegingen gemaakt.

 

Voorstel P96

De beleidskeuze van B&W is ongenuanceerd. Verenigingen vervullen een essentiële functie in een leefbare dorpssamenleving. Bezuinigingen op subsidies treffen primair de verenigingen met veel jeugdleden. De drempels voor deelname van kinderen aan sportactiviteiten moeten zo laag mogelijk zijn. P96 stelt voor om eerst een grondige evaluatie uit te voeren naar de bestaande subsidieverordening voor verenigingen en accommodaties. Op basis daarvan kunnen inhoudelijk afwegingen gemaakt worden ten aanzien van eventuele bezuinigingen op  subsidies.

Gemeentewerf, brandweer, milieustraat

Vanuit het oogpunt van efficiency verdient een concentratie van de gemeentewerf, milieustraat en brandweer de voorkeur. De locatie van de milieustraat en de gemeentewerf aan de Nemelaer straat wordt voor de toekomst weinig gelukkig geacht. Daarom zoekt B&W hiervoor zo snel mogelijk een meer geschikte centrale locatie. Gedacht wordt aan het Hopveld.

 

Voorstel P96

P96 stelt voor:

We stellen daarom voor om af te zien van plannen om gemeentewerf, brandweer en milieustraat te verplaatsen naar het Hopveld.

 

Gezondheidszorg / Winkelvoorzieningen/ bedrijvigheid (coalitieprogramma)

Voor het in stand houden van winkelvoorzieningen en andere vormen van bedrijvigheid kan de gemeente slechts in planologische zin de juiste randvoorwaarden scheppen.

 

Voorstel P96

De verantwoordelijkheid of de betrokkenheid van de gemeente reikt verder dan het scheppen van de planologische randvoorwaarden, zeker wanneer het gaat om commerciële maatschappelijke diensten.  Een postagentschap, de aanwezigheid van een geldautomaat én de huidige openbaar vervoersvoorzieningen zijn commerciële diensten die essentieel zijn voor de leefbaarheid van elk van de vier dorpen. De gemeente is medeverantwoordelijk voor een goede voorlichting t.a.v. het collectief vraagafhankelijk vervoer, ook voor het gebruik door jongeren naar uitgaansgelegenheden in omliggende plaatsen als Tilburg of Den Bosch.

Wat betreft de gezondheidszorg is de aanwezigheid van een huisarts, apotheek, fysiotherapeut en tandarts van groot belang. Evenals een goede bereikbaarheid van deze diensten in avonduren en weekeinden.

Speelruimte (ontbreekt in collegeprogramma)

Voldoende en veilige speelvoorzieningen (inclusief trapveldjes, skatevoorzieningen) behoren tot de basisvoorzieningen voor een woonwijk. De gemeente moet letterlijk en figuurlijk ruimte geven aan sport en spel in buurten en wijken. Het speelruimtebeleidsplan vormt hiervoor immers de basis.

 

Veiligheid (ontbreekt in collegeprogramma)

Hoewel inwoners van Haaren zich in het algemeen veilig voelen, verdient de bewaking hiervan voortdurende aandacht. De politie moet minimaal op de huidige sterkte gehandhaafd blijven en  moet in noodgevallen binnen 15 minuten aanwezig kunnen zijn. Dezelfde norm geldt voor ambulances en brandweerauto’s.

14 maart 2003

D. Schilleman

M. Keijsers